NL / EN
Laatst bijgewerkt op 13-7-2015

Dageraad

Geschreven in juni 2015

De kaken van de voorste wolf sloten zich centimeters achter de benen van het paard. Het geklop van hoeven, geratel van wielen en dof geroffel van vele sterke poten vormde een jachtig trommelritme, dat tegen de felverlichte wanden van de tunnel weerkaatste om versterkt bij de vrouw op de bok terug te keren. Met moeite maakte ze één verkrampte hand van de teugels los en graaide om zich heen. Haar vingers vonden de ruwe vorm van een brokje steen, dat ze met een wanhopige zwaai naar de kop van het roofdier gooide. Het ketste af boven zijn oog. Met een blik die eerder irritatie dan pijn uitdrukte, vertraagde hij en verdween uit het zicht. Zijn plek werd onmiddellijk door een ander ingenomen.

Het duister van de ondergrondse doolhof vluchtte voor haar uit, verdreven door het licht dat haar kostbare lading uitstraalde. Het licht zette de glimmende bepantsering van de twee paarden in een warme gouden gloed, zodat het leek alsof de dieren zelf straalden als de zon. Het was haar enige troost. De voorbijschietende grotwanden sloten haar in. De schaduwen van stalagmieten, die snel als de wind van voor naar achter om haar heen dansten, leken met haar en haar missie te spotten, en de wolven deden verwoede pogingen om op de wagen te springen.

De tunnel verbreedde en versmalde zich, en vertakte in ontelbare zijwegen. Zonder een moment te verliezen aan twijfel raasde de wagen langs de vertrouwde weg. De hoofden van de paarden gingen op en neer in een stampend, onvermoeibaar ritme. De vrouw schopte naar een wolvensnuit en telde met ingehouden adem de bochten. Nog negen, nog acht...

Een grote, zwarte schaduw dook op in haar ooghoek, een wolf twee keer zo groot als elke andere, met een vacht zo zwart dat zelfs de stralen van de wagen die niet konden verlichten. Ze slaakte een gil en schoof opzij, alsof dat haar zou helpen om aan de verscheurende tanden te ontsnappen. Met trefzekere sprongen hield de wolf haar bij, achter pilaren langs en over rotsen, met zijn tong hijgend uit zijn muil en zijn ogen hongerig op haar gericht. Zijn blik hield haar gevangen. Ze kromp ineen en kneep haar ogen dicht toen hij triomfantelijk op haar af sprong.

De geluiden veranderden. De echo’s waren scheller en het wolvengegrom verder weg, en de grote zwarte wolf had haar nog niet verslonden. Ze opende haar ogen net op tijd om de laatste meters te zien van de smalle tunnel die naar de oppervlakte leidde, net breed genoeg voor één wagen en twee paarden die wisten wat ze deden. Voor haar uit werd het uitgestrekte landschap van bergen en bossen overspoeld door de warme stralen van de zonsopkomst.

Sól haalde diep adem. Achter haar kwamen de wolven weer dichterbij, maar dit was haar terrein. Terwijl de hoeven van haar paarden zich losmaakten van de grond en het licht van de zonnewagen zich over de ontwakende wereld ontfermde, maakte ze zich op voor haar dagelijkse rit langs de hemel.

Gerelateerd nieuws:

14-7-2015 - Nieuw kort verhaal